Krimpen aan den IJssel verzet zich tegen bezuinigingen op jeugdzorg en Wmo

18 september 2020

Krimpen aan den IJssel verzet zich tegen bezuinigingen op jeugdzorg en Wmo

In kleine en middelgrote gemeenten in Nederland, waaronder Krimpen aan den IJssel, is beroering ontstaan over een voornemen van minister Ollongren om de gelden voor de jeugdzorg en Wmo anders te verdelen. Hierdoor krijgen wij fors minder geld voor de jeugdzorg en Wmo taken, zoals bijvoorbeeld de huishoudelijke hulp en hulpmiddelen als een rolstoel of scootmobiel.

De minister stelt een herverdeling voor waardoor gemeenten met minder dan 100.000 inwoners veel minder geld krijgen voor de zorgtaken, dat geld gaat dan naar de grote gemeenten. 65 gemeenten, waaronder Krimpen aan den IJssel, geven aan dit niet eerlijk te vinden. Zij dienen een resolutie in bij het congres van de Vereniging Nederlandse Gemeenten waarin zij oproepen om gemeenten niet tegen elkaar uit te spelen.

Krimpen aan den IJssel is mede indiener van de resolutie. Wethouder Wubbo Tempel: “Voor onze gemeente zou deze herverdeling een grote financiële tegenvaller zijn, terwijl we nu al onvoldoende geld van het Rijk krijgen om de Jeugdzorg en Wmo taken uit te voeren.” Hier bovenop komt nog het effect van de door het Rijk ingevoerde eigen bijdrage systematiek (abonnementstarief) voor de Wmo. De bijdrage voor de hogere inkomenscategorieën is hierdoor fors verlaagd.  Dit heeft er toe geleid dat het aantal aanvragen voor Wmo voorzieningen sterk is toegenomen.  Het Rijk heeft tot op heden geen enkele vorm van compensatie gegeven voor deze wijziging.

Het initiatief voor de resolutie is genomen door wethouder Jelle Beemsterboer van de gemeente Schagen. Over de resolutie wordt op 25 september gestemd op het congres van de Vereniging Nederlandse Gemeenten.

Herverdeling gelden Sociaal Domein

Herverdeeleffecten per grootteklasse (*in euro’s per inwoner)

0 – 20.000     € -58,20
20.000 – 50.000 

€ -33,35

50.000 – 100.000   € -9,08
100.000 – 250.000   € 18,02
250.000+  € 106,43

Voor Krimpen aan den IJssel betekent dit 33,35 euro per inwoner minder en een gemeente als Rotterdam krijgt er 106,43 euro per inwoner bij.